Interview van Marieke van der Heijden.

‘Vandaag ben ik Vera. Morgen Bert’

“Ik ben niet ongelukkig als man. Het voelt gewoon beter als vrouw. Transitie gaat me alleen te ver. Bovendien, soms is het ook gewoon handig een man te zijn. Het bezorgen van de post gaat bijvoorbeeld een stuk sneller op gympen dan op pumps.”

Travestiet, transseksueel, drag queen of crossdresser: het lijkt voor een outsider allemaal hetzelfde, maar dat ís het niet. Zo is postbode Bert den Adel (63) uit Purmerend een crossdresser. Dat betekent dat hij een mannenlichaam heeft maar zichzelf net zo makkelijk in mannen- als in vrouwenkleding hult. De ene dag is hij zodoende Bert, de andere dag Vera – vernoemd naar de travestiet Vera Springveer vanwege ‘haar ongecensureerde uitspraken’. Bert: “In de volksmond is het fenomeen beter bekend als transgender. Het heeft niets te maken met drag queens. Dat is een kunstvorm en puur voor de show. Ook niet met travestie, want daar komt naast het showelement, veelal de kick van het dragen van vrouwenkleding bij kijken. Als Vera voel ik me gewoon het meest mezelf. Dat is mijn eerste huid. Zodra ik mijn make-up en pruik op heb – deze met het korte, pittige kapsel is mijn favoriet – ben ik haar direct. Niet dat ik dan ineens heel theatraal ga lopen doen en met een hoge piepstem ga praten. Ik ben nog steeds dezelfde persoon. Ik voel me alleen wel een stuk vrouwelijker, en niet te vergeten: een stuk zelfverzekerder.”

“Als jochie vond ik het moeilijk contacten te leggen. Diep van binnen wist ik dat ik anders was, maar ik begreep niet waar ‘m dat precies in zat. Pas rond mijn achttiende viel alles op z’n plek. Meisjes interesseerden me niet, jongens wel: ik was homoseksueel. Alleen ja, daar lag – zeker in die tijd – nogal een taboe op. Ook thuis kon ik die gevoelens niet delen. Mijn vader was alcoholist en mijn moeder was vooral druk met het redden van hun huwelijk. Uit pure frustratie reageerde ik me af op het sportveld. Ik speelde destijds hoofdklasse korfbal en was op zijn zachts gezegd geen lieverdje. Natuurlijk was dat overcompensatie: ik wilde laten zien hoe ‘normaal’ ik wel niet was. Ook buiten het veld hield ik de schijn op. Ik knoopte relaties aan en verloofde me uiteindelijk zelfs met een meisje. Het keerpunt kwam door een groep gelijkgestemden jongens die ik via via leerde kennen. Regelmatig gingen we samen s in Amsterdam stappen en met de kracht van de groep groeide mijn zelfvertrouwen. Zo rond mijn 22e was ik klaar met mijn dubbelleven. Mijn vader was toen al overleden aan longkanker en zodoende was mijn moeder de eerste tegen wie ik het vertelde. In tegenstelling tot wat ik verwachtte, reageerde ze verrassend relaxed. Wat bleek? Ze had het al die tijd geweten, maar bewust gewacht totdat ik er zelf mee kwam. Ze bleek ontzettend ruimdenkend over homoseksualiteit, had zelfs jarenlang in de eerste nichtenbar van Amsterdam gewerkt. De boosheid – Ik had haar steun zo goed kunnen gebruiken! – verloor het vrijwel direct van de opluchting: eindelijk kon ik ook thuis mezelf zijn.”

“In rap tempo werd ik strijdbaar“

Ik sprong niet alleen letterlijk op de barricade voor gelijke rechten – ik liep mee in zo’n beetje alle homodemonstraties – maar op een avond ook samen met mijn vrienden op de bühne als travestiet. Als Zangeres Zonder Naam playbackte ik daar de sterren van de hemel, in mijn eerste nylonkousen en mét geschoren lichaam. Wat begon als een eenmalige uitspatting werd al gauw een groot succes en voordat we het wisten toerden we jarenlang door heel Amsterdam. Totdat de groep langzaam uit elkaar viel. Door verhuizingen. Maar ook door aids. Tja, dat was de keiharde realiteit. Veel was er in die tijd nog niet over die ziekte bekend. Het was mijn geluk dat ik al vrij snel mijn huidige partner leerde kennen en zodoende geen wisselende contacten had. Van de vijftien man, zo groot was onze groep, leven er momenteel nog maar drie, het merendeel als gevolg van die verschrikkelijke ziekte. Maar ik wil niet in die pijn gaan zitten, het levert zo weinig op…

Met het kleiner worden van de groep verdween mijn lust voor het hele showgebeuren. En zo zette ik van de een op de andere dag al mijn kostuums, pruiken en pumps bij het grofvuil en verhuisde naar Purmerend. Het was tijd voor een nieuwe start. Ergens voelde ik wel dat er iets niet helemaal klopte, maar ik kon er niet precies de vinger op leggen. Pas jaren later, toen een collega mij in vertrouwen vroeg hem te helpen bij zijn transformatie naar vrouw, ging er iets dagen. We gingen samen naar Mariposa, destijds dé travestiewinkel in Amsterdam. Het was een genot te zien hoe hij subtiel in de make-up werd gezet en met tassen vol jurken en rokken de winkel verliet! Toen ik vervolgens met hem naar een trans- en travestieavond ging en allemaal mannen in mooi zittende vrouwenkleding zag rondlopen, was de herkenning zo groot, dat ik er niet langer omheen kon: Ik wilde ook als vrouw door het leven! Ik was verrukt en bang tegelijk, want zou mijn partner ook van mij als vrouw kunnen houden? Als weekenddiva on stage is iets heel anders dan als partner aan je zijde. Wat volgde was een heftig zoekproces, waarin we open en eerlijk elkaars verlangens uitspraken: hij wilde mij niet kwijt als man, ik kon mijn vrouw-zijn niet langer onderdrukken, maar wilde onze relatie niet verbreken. Uiteindelijk vonden we elkaar in het midden. De helft van de tijd zou ik Bert zijn, de andere helft Vera. Dat klinkt misschien als een groot offer, maar zo voelt dat niet. Ik ben niet ongelukkig als Bert en bovendien, het transitie-traject neemt al snel drie jaar in beslag en is zeker niet geheel risicoloos. Mijn libido kan verminderen, de kunstmatige vagina kan niet goed werken, et cetera. Dat is het me niet waard. En het gaat hartstikke goed zo. Inmiddels zijn we beiden actief betrokken bij de organisatie Stichting Transgenders Noord Holland en Transpride, want ondanks dat we anno 2016 een stuk toleranter zijn, leven er nog veel transgenders in een isolement. Wij helpen ze naar buiten te treden. Wat voor mij geldt, geldt voor iedereen: je moet kunnen zijn wie je bent.

Ik sprong niet alleen letterlijk op de barricade voor gelijke rechten – ik liep mee in zo’n beetje alle homodemonstraties – maar op een avond ook samen met mijn vrienden op de bühne als travestiet. Als Zangeres Zonder Naam playbackte ik daar de sterren van de hemel, in mijn eerste nylonkousen en mét geschoren lichaam. Wat begon als een eenmalige uitspatting werd al gauw een groot succes en voordat we het wisten toerden we jarenlang door heel Amsterdam. Totdat de groep langzaam uit elkaar viel. Door verhuizingen. Maar ook door aids. Tja, dat was de keiharde realiteit. Veel was er in die tijd nog niet over die ziekte bekend. Het was mijn geluk dat ik al vrij snel mijn huidige partner leerde kennen en zodoende geen wisselende contacten had. Van de vijftien man, zo groot was onze groep, leven er momenteel nog maar drie, het merendeel als gevolg van die verschrikkelijke ziekte. Maar ik wil niet in die pijn gaan zitten, het levert zo weinig op…

Met het kleiner worden van de groep verdween mijn lust voor het hele showgebeuren. En zo zette ik van de een op de andere dag al mijn kostuums, pruiken en pumps bij het grofvuil en verhuisde naar Purmerend. Het was tijd voor een nieuwe start. Ergens voelde ik wel dat er iets niet helemaal klopte, maar ik kon er niet precies de vinger op leggen. Pas jaren later, toen een collega mij in vertrouwen vroeg hem te helpen bij zijn transformatie naar vrouw, ging er iets dagen. We gingen samen naar Mariposa, destijds dé travestiewinkel in Amsterdam. Het was een genot te zien hoe hij subtiel in de make-up werd gezet en met tassen vol jurken en rokken de winkel verliet! Toen ik vervolgens met hem naar een trans- en travestieavond ging en allemaal mannen in mooi zittende vrouwenkleding zag rondlopen, was de herkenning zo groot, dat ik er niet langer omheen kon: Ik wilde ook als vrouw door het leven! Ik was verrukt en bang tegelijk, want zou mijn partner ook van mij als vrouw kunnen houden? Als weekenddiva on stage is iets heel anders dan als partner aan je zijde. Wat volgde was een heftig zoekproces, waarin we open en eerlijk elkaars verlangens uitspraken: hij wilde mij niet kwijt als man, ik kon mijn vrouw-zijn niet langer onderdrukken, maar wilde onze relatie niet verbreken. Uiteindelijk vonden we elkaar in het midden. De helft van de tijd zou ik Bert zijn, de andere helft Vera. Dat klinkt misschien als een groot offer, maar zo voelt dat niet. Ik ben niet ongelukkig als Bert en bovendien, het transitie-traject neemt al snel drie jaar in beslag en is zeker niet geheel risicoloos. Mijn libido kan verminderen, de kunstmatige vagina kan niet goed werken, et cetera. Dat is het me niet waard. En het gaat hartstikke goed zo. Inmiddels zijn we beiden actief betrokken bij de organisatie Stichting Transgenders Noord Holland en Transpride, want ondanks dat we anno 2016 een stuk toleranter zijn, leven er nog veel transgenders in een isolement. Wij helpen ze naar buiten te treden. Wat voor mij geldt, geldt voor iedereen: je moet kunnen zijn wie je bent.